Kies dan heden wie gij dienen zult. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. Jozua 24:15

De drie eenheid

Op het bevel van Christus moesten de discipelen de gelovigen dopen in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Mattheüs 28:19 “Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb”. En de apostel Paulus sluit in zijn tweede brief aan de Korintiërs met de zegenbede: 2 Korintiërs 13:13 “De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de Heilige Geest zij met u allen.” De leerstelling van de drie-eenheid is één van de fundamentele leerstellingen van het christelijk geloof, en toch wordt dit zo weinig begrepen en geloofd.

 

Dit onderwerp omtrent de drie-eenheid is één van de diepste mysteries van onze christelijke godsdienst. Het woord drie-eenheid wordt in de bijbel niet gevonden. De leerstelling van de drie-eenheid is een openbaring die God zelf in Zijn Woord heeft laten schrijven. Door de openbaring van de Heilige Geest heeft God ons laten weten dat Vader, Zoon en Heilige Geest één zijn. Door de mond van Mozes sprak God tot Zijn volk: Deuteronomium 6:4 “Hoor Israël: De Here is onze God de Here is één”.

 

Wij gaan naar het scheppingsverhaal van de mens. Genesis 1:26 En God zeide: “Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, als Onze gelijkenis”. Hier wordt de meervoudsvorm van de eerste persoonsvorm “ik” gebruikt. “Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, als Onze gelijkenis”. De Groot nieuws bijbel zegt: God zei: “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken”. Door deze woorden “ons” en “wij” is het ons duidelijk dat er meerdere Personen betrokken waren bij de schepping. De taalkundigen zijn allen hiermee eens dat de Naam “God” in Genesis 1:1 meervoudig is. In het Hebreeuws “Elohim”.

 

In Genesis 1:2 zien we de Heilige Geest ook werkzaam bij de schepping. “De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren”. God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest werkten samen in het scheppen alle dingen. Bij de menswording van Jezus zien we de wonderlijke samenwerking van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Lucas 1:26 t/m 35 “In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret,  tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn. En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn koningschap zal geen einde nemen. En Maria zeide tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? En de engel antwoordde en zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden”.

 

De Schrift laat ons niet in onwetendheid aangaande de intieme samenwerking tussen de Vader, Zoon en Heilige Geest omtrent het heil van het mensdom. Ook tijdens de doop van Jezus zien wij de aanwezigheid van de Vader, Zoon en Heilige Geest. Mattheüs 3:16,17 “Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen. En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is Mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik Mijn welbehagen heb”.

1: De Zoon steeg op uit het water.

2: De Heilige Geest daalde op Hem neer als een duif.

3: De Vader sprak uit de hemel.

Er is een wonderbaarlijke samenwerking onder de drie Goddelijke wezens tot redding van de mens. Heel ver terug in de eeuwigheid, vóór het ontstaan van de wereld, voerden deze drie Goddelijke wezens een belangrijk gesprek. Eén van Hen besloot mens te worden en onderwierp Zich aan de Anderen. Hij noemde Zichzelf de Zoon de mensen, Jezus.