|
Kies dan heden wie gij dienen zult. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. Jozua 24:15 |
|
Geloof |
|
Wat is geloof? Hebreeën 11:1 “Het geloof nu is de zekerheid der dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen dat men niet ziet”. Hoe ontstaat het geloof? Romeinen 10:17 “Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het woord van Christus”. Door het horen van Gods woord ontstaat geloof. M.a.w. het woord van God is de basis waarop het geloof begint. Het is belangrijk om te weten dat het geloof een gave van God is. 1 Korintiërs 12:9 Efeze 2:8 “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf, het is een gave van God”. Geloof is geen gave van de natuurlijke mens. De gave van geloof wordt aan de mens gegeven die ernaar verlangt. De Bijbel geeft ons tal van voorbeelden hoe het geloof werkt.
Mattheüs 8:5-8,13 Jezus vroeg aan de hoofdman: “Zal Ik thuis komen en hem genezen”? Wat zei de hoofdman?: “Here, ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord, en mijn knecht zal herstellen. Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de één: Ga heen, en hij gaat, en tot de ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het”. Christus was aan niemand ondergeschikt. De hoofdman had zo’n macht, als hij één wegstuurde of een ander liet komen, zij het onmiddellijk zouden gehoorzamen. Hoe gemakkelijker zou Jezus dan, die alle macht over hemel en aarde heeft, deze zieke knecht genezen. Wat zei Jezus tot de hoofdman: “Ga heen, u geschiedde naar u geloof. “En de knecht genas, juist op dat uur”.
Een ander voorbeeld: Lucas 5:3-6 “Hij ging in één van de schepen, dat van Simon, en vroeg hem de zee in te gaan, niet ver van de oever. En Hij zette Zich neder en leerde de scharen van het schip uit. Toen Hij opgehouden had met spreken, zeide Hij tot Simon: Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen. En Simon antwoordde en zeide: Meester, de gehele nacht door hebben wij hard gewerkt en niets gevangen, maar op UW WOORD ZAL ik de netten uitzetten. En toen zij dit gedaan hadden, haalden zij een grote menigte vissen binnen, en hun netten dreigden te scheuren”. Wanneer het geloof zich verbind met het Woord van God, komt het Woord in actie. Dan komt het Woord in beweging, het gaat handelen. Hebreeën 11:1 “Het geloof nu is de zekerheid der dingen die men hoopt en het bewijs der dingen dat men niet ziet”. Jezus had Zijn discipelen menigmaal gezegd dat Hij veel zou lijden en gedood zou worden en op de derde dag zou opstaan, maar zij geloofden Hem niet tot zelfs na Zijn opstanding. Mattheüs 16:21 Mattheüs 17:22-23 Mattheüs 20:18-19
Lucas 24;13-27 En zie, twee van hen waren juist op die dag op weg naar een dorp, zestig stadiën van Jeruzalem verwijderd, genaamd Emmaüs, en zij spraken met elkander over al wat voorgevallen was. En het geschiedde, terwijl zij daarover spraken en van gedachten wisselden, dat Jezus zelf bij hen kwam en met hen medeging. Maar hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden. Hij zeide tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken, die gij al wandelende met elkander voert? En zij bleven met somber gelaat staan. Eén dan van hen, genaamd Kleopas, antwoordde en zeide tot Hem: Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is? En Hij zeide tot hen: Wat dan? Zij zeiden tot Hem: Hetgeen geschied is met Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk, en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben. Wij echter leefden in de hoop, dat Hij het was, die Israël verlossen zou. Maar met dit al is het thans reeds de derde dag, sinds dit geschied is. Maar ook hebben enige vrouwen uit ons midden ons doen ontstellen: zij waren in de vroegte bij het graf geweest en hadden zijn lichaam niet gevonden en zijn toen komen zeggen, dat zij ook een verschijning van engelen gezien hadden, die zeiden, dat Hij leeft. En enigen van de onzen zijn naar het graf gegaan en hebben het zo bevonden, als de vrouwen ook gezegd hadden, maar Hém hebben zij niet gezien. En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had. Maar was het niet eenvoudiger voor Jezus om tot de discipelen te zeggen: Jongens, Ik ben het zelf, waarom zijn jullie zo ongelovig? Maar Hij begon met een bijbelstudie. Hij begon bij Mozes, en bij al de profeten en legde hen uit al wat de Schriften op Hem betrekking had. Waarom deed Hij dat? Jezus wilde dat het geloof van Zijn discipelen op het Woord gefundeerd moest zijn. Hadden zij de woorden van Jezus geloofd, dan zouden zij nooit zo verward en teleurgesteld zijn. De discipelen waren gekozen om aan de wereld het evangelie te verkondigen. Jezus wilde hen doen beseffen dat Gods woord het fundament moest zijn van het geloof.
Op welke grondslag verkondigde de apostel Paulus het evangelie? 1 Korintiërs 15:1-4 “Naar de Schriften”. Het woord van God moet de basis zijn van ons geloof. Toen Jezus verzocht werd door de duivel in de woestijn, op welke grondslag verweerde Hij Zich? Mattheüs 4:4-7 “Jezus zeide tot hem: Er staat geschreven”.
Wanneer iemand zich heeft voorgenomen om Jezus te volgen, op Wie moet hij of zij zijn geloof bouwen? Johannes 7:38 “Gelijk de Schrift zegt”. De Heilige Schrift moet de basis zijn van ons geloof. Waarom heeft God het geloof als het enige reddingsmiddel gesteld? Hebreeën 11:6 “Want zonder geloof is onmogelijk Gode te behagen, want wie tot God komt, moet geloven dat Hij een bestaat en een Beloner is voor wie Hem ernstig zoeken”. En trouwens, “al wat niet uit geloof is, is zonde”. Romeinen 14:23 |
