|
Kies dan heden wie gij dienen zult. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. Jozua 24:15 |
|
Illuminatie, het beest uit de afgrond I |
|
"De openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft; dewelke het woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft. Zalig is hij die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij ...En ziet, Ik kom haastiglijk; en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. Ik ben de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste. Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad. Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk die de leugen liefheeft en doet. Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster. En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort zegge: Kom! En die dorst heeft kome; en die wil, neme het water des levens om niet. Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is" (Openbaring 1:1-3; 22:12-19).
Het boek Openbaring is het enige boek in de Bijbel, waarin onze Heer Jezus Christus een zegen belooft aan hen, die de tijd nemen om het te lezen, te begrijpen, en gehoor te geven aan de waarheden die daarin te vinden zijn. Dit boek is een getuigenis van Christus Zelf, niet van de apostel Johannes. Deze was slechts de getrouwe pennevoerder die deze dingen voor Jezus neerschreef om ons hoop te geven en onderwijs in gerechtigheid, en om Satans misleidende plannen achter het menselijk handelen in deze wereld bloot te leggen. Door de hele Bijbel heen leest u in het begin van ieder boek de naam van de getrouwe schrijver die onder inspiratie van de Heilige Geest dat boek heeft geschreven, zoals bijvoorbeeld in de boeken Jesaja, Jeremia en de Evangeliën. Als Jezus echter spreekt over het boek Openbaring zegt Hij: "De openbaring van Jezus Christus." De meest profetieën uit dit oude boek, geschreven rond 95 na Christus, zijn reeds vervuld. In dit hoofdstuk zullen wij alleen de profetieën bestuderen die ons vandaag de dag aangaan. Wij zullen de drie grote machten bezien die Lucifer zal gebruiken om de hele wereld zover te krijgen dat zij zich zal verenigen - nog in onze dagen— onder één banier. Deze drie machten die wij uit de profetieën zullen leren kennen zijn: de Rooms Katholieke kerk, de Illuminatie en het Amerikaanse protestantisme. Zij zullen Lucifers grote samenzwering tot zijn eindfase brengen.
Om deze studie te beginnen moeten we Openbaring 17 in alle details bekijken. De profetie luidt: "En een uit de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, kwam en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren. Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij. En hij bracht mij weg in een woestijn, in den geest, en ik zag een vrouw, zittende op een scharlaken rood beest, dat vol was van namen der godslastering, en had zeven hoofden en tien hoornen. En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud, en kostelijk gesteente, en paarlen, en had in hare hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid harer hoererij. En op baar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde. En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verwonderde mij, als ik haar zag, met grote verwondering.En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid der vrouw, en van het beest, dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien hoornen. Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld), ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het is. Hier is het verstand, dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit. En hel zijn ook zeven koningen; de vijf zijn gevallen, en de een is, en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven. En het beest, dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven, en gaat ten verderve. En de tien hoornen, die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koninkrijk nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op een ure met het beest. Dezen hebben enerlei mening en zullen hun kracht en macht het beest overgeven. Dezen zullen tegen het lam krijgen, en het lam zal hen overwinnen (want het is een Here der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen, en gelovigen. Een hij zeide tot mij: de wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen. En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden.
Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij zijn mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koninkrijk het beest geven, totdal de woorden Gods voleindigd zullen zijn. En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde". Laat ons nu een paar verzen tegelijk lezen en de Bijbel onderzoeken om de uitleg te vinden. De verzen 1-5 tonen ons een losbandige vrouw waarmee de koningen der aarde hoererij hebben bedreven en die ook de andere bewoners van de wereld dronken heeft gemaakt met de wijn van haar hoererij. Deze vrouw werd in het visioen gezien, zittende op een purperrood beest vol namen van godslastering, met zeven koppen en tien horens. De losbandige vrouw zelf was ook gehuld in purper en scharlaken, getooid met goud en kostbare stenen en parels, en in haar hand hield zij een gouden beker vol gruwelen en vuiligheid van haar hoererij. En op haar voorhoofd was een naam geschreven: verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen dezer aarde.
Gods woord leert, dat hier geen werkelijke vrouw wordt geschetst, maar een symbol van de astrologische godsdienst van zonaanbidding die wij al eerder hebben bestudeerd. Er is echter wel een zekere parallel tussen deze profetie over een zedeloze vrouw en het werkelijke leven van Semiramis, de vrouw van Ninus (Nimrod). Het is deze historische Semiramis, die in Egypte werd vereerd als Isis, in Babylonië als Ishtar, bij de Israëlieten als Ashtaroth, in India als Isi, bij de Romeinen als Cybele, en in Mexico als Coatlicue. Alle occulte praktijken kunnen worden teruggevoerd op deze boosaardige familie van Kush (Hermes), Nimrod (Baal) en Semiramis (Ishtar). Zoals de Schrift zegt was Nimrod de zoon van Kush, deze was de zoon van Cham of Ham, en die was de zoon van Noach (Genesis 10:6,8). In de legenden over Nimrod (Ninus bij de Assyriërs) wordt door de oude geschiedschrijvers verteld dat Ninus, de echtgenoot van Semiramis, door een rivaliserende god werd vermoord en in stukken gesneden. Zowel de Babylonische god Tammuz als de Egyptische god Osiris werden vereerd als de personificaties van de zonnegod. En beiden werden, volgens hun legenden, vermoord door een rivaliserende god. In de Babylonische versie werd Tammuz gedood door "een zekere koning" omdat hij trachtte de astrologie als godsdienst in te voeren. Wie kan deze "zekere koning" zijn geweest, die de leider van de afval gedood heeft? Wie kwam in opstand tegen de aanbidding van de God van Noach en Sem? Hislop zegt dat deze legenden over de dood van Osiris en Tammuz in de geschiedenis kunnen worden teruggevoerd op Nimrod en Sem. Bij Sem begint in de Bijbel de familielijn waaruit Christus later werd geboren en in de Egyptische mythe was Sem die rivaliserende godheid, "Seth" of "Typhon" geheten, en door de Indiërs aanbeden als de god "Shom" ("The Two Babylons", Hislop, blz. 63-65).
U ziet dus dat alle legenden over de zonnegoden teruggevoerd kunnen worden op de godsdiensten van Babylon. Daarom zijn goden als Bacchus bij de Phoeniciers, Hercules bij de Assyriërs, Dionysos bij de Grieken, Attis bij de Romeinen, Krishna bij de Indiërs, Quetzalcoatl bij de Mexicanen, Balder bij de Scandinaviërs, Pan-Ku bij de Chinezen en Pan in de vroegere en moderne heksenculten, niets meer dan fotokopieën van Nimrod. Zo zijn ook de vele godinnen op deze wereld afgeleid van de legenden over de eerste godin Semiramis, de vrouw van Ninus (Nimrod). Het was Semiramis (Ishtar bij de Babylonirs), zelf een heks, die het ritueel van de gewijde prostitutie heeft ingevoerd, dat door de hedendaagse heksen "de grote rite" wordt genoemd. Semiramis werd aanbeden als de grote moedergodin, de koningin des hemels, de godin van alle ontucht, de godin van liefde en seks, en ook van de oorlog, en als Athena, de godin der wijsheid. Het lijkt ernaar dat deze laatstgenoemde versie van de Griekse godin op de koepel van het Capitool in Washington staat. Een andere traditie in Griekenland kent deze godin als Aphrodite, de godin van de opwindende seksuele begeerte. Tijdens de Franse revolutie, waarover later meer, werd door de revolutionairen alles wat met het christendom te maken had uitgebannen en werden Bijbels in het openbaar verbrand. Het aanbidden van God werd verboden en de jacobijnenclubs hadden in hun nieuwe regering wettelijk bepaald dat de christelijke God van de Bijbel een valse god was. In plaats van de Bijbel en de aanbidding van Jezus vereerden zij de "godin der rede en der vrijheid". Deze zelfde godin staat nu in de haven van New York als een geschenk van Frankrijk: het beroemde vrijheidsbeeld.
In Openbaring 17:2 lezen we: "Met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben, en die de aarde bewonen zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij." Wat is volgens de Bijbelse uitlegging "de wijn harer hoererij"? In Ezechiël 16:1-14 beschrijft de Heer Zijn uitverkoren volk als een ongewenste baby waar Hij medelijden mee kreeg en die Hij grootbracht, zodat zij een prachtig, welvarend koninkrijk werden. Toen de Israëlieten de Here echter de rug toekeerden en afgoden gingen dienen, noemde Hij hen "een hoer": "Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij" (Ezechiël 16:15). Voordat de Israëlieten het beloofde land binnengingen droeg de Here Mozes op om hen voor te houden: "Ik ben de Here, uw God! Gij zult niet doen naar de werken des Egyptischen lands, waarin gij gewoond hebt; en naar de werken des lands Kanaan, waarheen Ik u brenge, zult gij niet doen, en zult in hun inzettingen niet wandelen" (Leviticus 18:2,3). Ieder die weleens het Oude Testament heeft gelezen weet echter, dat de Israëlieten zich hebben vermengd met de inwoners van Kanaan en hun gewoonten hebben overgenomen. Zij hebben de heidense gewoonten vermengd met de geheiligde zaken van God. Zelfs nog voordat zij het land Kanaan binnengingen vervielen de Israëlieten al tot afgoderij, toen Mozes de berg Sinaï opging om daar de tien geboden te ontvangen: Exodus 32:1-4. Dat gebeurde ook na de dood van Jozua: Richteren 2:8-10. In Richteren 2:11-14 lezen we het volgende: "Toen deden de kinderen Israëls wat kwaad was in de ogen des Heren, en zij dienden de Baäls. En zij verlieten den Here hunner vaderen, God, Die ze uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken die rondom hen waren, en bogen zich voor die; en zij verwekten den Here tot toorn. Want zij verlieten den Here en dienden den Baäl en de Astaroth. Zo ontstak des Heren toorn tegen Israël, en Hij gaf ze in de hand der rovers die ze beroofden, en Hij verkocht ze in de hand hunner vijanden rondom, en zij konden niet meer standhouden voor het aangezicht hunner vijanden."
Het probleem van het doordringen van heidense gewoonten in de gelederen van Israël bestond daaruit, dat de leiders van Israël toelieten dat die gewoonten bij kleine beetjes doorsijpelden in de geheiligde zaken van God. In Ezechiël 22:26 wordt gezegd: "Hare priesters doen Mijne wet geweld aan, en zij ontheiligen Mijne heilige dingen; tussen het heilige en het onheilige maken zij geen onderscheid, en het verschil tussen het reine en het onreine geven zij niet te kennen; daarenboven verbergen zij hunne ogen van Mijne sabbatten; ja, Ik word in het midden van hen ontheiligd."
Het was de vermenging van heidens denken met de geheiligde inzettingen en geboden van onze Heer, die Israël ertoe leidde om uiteindelijk de aanbidding van de ware God af te schaffen en zich te buigen voor beelden die symbolen waren van de kosmische goden uit de astrologie. En dat is vandaag de dag ook het geval. De hele wereld is "dronken van de wijn harer hoererij", hetgeen betekent: misleid door de verlokkende godsdienst en leringen van de astrologische zonnecultus.
De heidense oorsprong van het kerstfeest
U zou zich kunnen afvragen hoe dat mogelijk is. In het boek "Beware Its Coming - The Antichrist 666", uitgegeven door Workers For God Inc., staat: "In de legende over de godin Diana van Tauris wordt verteld dat iedere vreemdeling die op de kust van dat land strandde, werd geofferd op haar altaar. Hebt u zich wel eens afgevraagd wat de kerstboom te maken heeft met de geboorte van Christus? Of de versierselen die u in die boom hangt, of het woord 'yuletide' (zie a.u.b. "Yule" bij http://en.wikipedia.org/wiki/Yule voor verder uitleg) Of waar de traditie van de mistletoe vandaan komt en hoe die een symbool van het kerstfeest is geworden? Lezer, deze dingen hebben absoluut niets te maken met de geboorte van Jezus, maar het zijn een paar van de tradities ter ere van het heidense goddelijke kind Tammuz. Er is geen schriftuurlijke grond voor de veronderstelling dat Christus op 25 december zou zijn geboren; maar de geschiedenis leert ons wel dat de 25ste december al duizenden jaren voor Christus' geboorte een feestdag ter ere van de heidense messias Tammuz was. Een andere naam voor Tammuz was "Baäl-bereth", hetgeen betekent "Heer van de sparreboom". De zonnegod, de moedergodin en haar kind werden, volgens de Babylonische mythologie, op mystieke wijze veranderd in bomen. Hiervan stamt het verbranden van de Yule Log (?). Nimrod, vergoddelijkt als de zonnegod, werd een grote spar, ontdaan van al zijn takken en bijna tot op de grond afgehakt. Maar de grote slang, de hersteller van het leven, wiens naam Aesculapius was, slingerde zich rond de dode stomp en zie: daarnaast ontsproot een jonge boom - een boom van een totaal andere soort die is voorbestemd om nooit meer door een vijandige macht te worden omgehouwen; net zoals de palmboom, het bekende symbool van de overwinning.
De volken van het Indo-Germaanse ras, die geloofden dat de eik het symbool van Zeus of Jupiter was, geloofden dat die nieuw ontsproten twijg de mistletoe was, die groeit op de eik, en gekust worden onder die mistletoe zou dan vruchtbaarheid verzekeren. De twijg of, in onze Bijbel, "een rijsje", is een aanduiding van Christus: "Want er zal een rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï, en ene scheut uit zijne wortelen zal vrucht voortbrengen." (Jesaja 11:1). Laten we nu het woord "yuletide" bezien. Het woord "yule" is net zo Babylonisch als Tammuz. Het is het Chaldeeuwse woord voor "kind 70, en de 25ste december werd door de heidense Angelsaksen "Yuledag" of "Kinderdag" genoemd. Ook de heidense Egyptenaren en Perzen vierden 25 december als de geboortedag van hun god. Ook in de Germaanse mythologie had men een oppergod aan wie offers werden gebracht. Deze oorlogszuchtige mensen beloofden hun god Tiwaz dat, als hij hun de overwinning over hun vijanden zou geven, zij hem alle buit van het gevecht zouden geven. Net zoals de Babyloniërs geloofden ook de Germanen dat hun goden zich konden veranderen in bomen. Als de god hun gebeden had verhoord, sleepten zij hun gedode vijanden naar hun heilige woud en hingen hen daar met de krijgsbuit in de gewijde bomen. Deze offers zijn teruggevonden in moerassen in Duitsland. Hiervan stamt de gewoonte om versierselen in de kerstboom te hangen. Toch is het onmogelijk om het heidense kerstfeest te negeren. De wereld gedenkt bij die gelegenheid de geboorte van Christus, niet die van Tammuz. Kerstfeest geeft ook een extra goede gelegenheid om de ware Jezus van de Bijbel te prediken. Wij moeten onszelf echter ver houden van de ijdelheden van het heidense feest, om dan nog maar niet te spreken van de kosten en de ongelukken, veroorzaakt door de verlichte kerstbomen. * 1
De sfeervolle kersttijd biedt echter wel gelegenheid om anderen ervan bewust te maken dat Christus niet langer een hulpeloze baby in een kribbe is, maar de Redder van de wereld, de Koning der koningen, de Here der heren. Velen die denken dat de Bijbel met zijn boodschappen maar onzin is, kunnen in de kersttijd bereikt worden, terwijl het bijna onmogelijk kan zijn om hen op een andere tijd te spreken. Zelfs de kerstboom kan worden gebruikt om de kinderen een grote les te leren. Men moet de kinderen leren dat het hangen van ballen, klatergoud en lichtjes in een kerstboom neerkomt op puur heidendom. Dit heidense gebruik is begonnen met het doden van vijanden en het hangen van hun hoofden en de op hen veroverde buit in heilige bomen. Wij zullen naderhand nog meer voorbeelden bespreken van heidense gewoonten die in het Christendom zijn overgenomen. In Job 31:26-28 lezen we: "Zo ik het licht aangezien heb wanneer het scheen, of de maan, heerlijk voortgaande, en mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijne hand mijnen mond gekust heeft, dat ware ook enen misdaad bij den rechter, want ik zou den God van boven verzaakt hebben." Ook hier weer een verwijzing naar de symbolische hoer uit Openbaring 17:5 "Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder der hoeren...", Satans grote astrologisch-godsdienstige stelsel met zijn verscheidenheid aan verschijningsvormen, dat de wereld verlokt tot het aanbidden van zon, maan en sterren. In l Corinthiërs 10:11,12 zegt de Bijbel: "En deze dingen alle zijn hun overkomen tot voorbeelden, en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op welke de einden der eeuwen gekomen zijn. Zo dan wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle."
De opgetekende geschiedenis van Israël bestaat uit "typen" die zich zullen blijven herhalen totdat Jezus Christus wederkomt. Wij worden in de Bijbel gewaarschuwd om op onze hoede te zijn voor de dingen waardoor Israël is gevallen, anders zullen wij zelf vallen. Uit de Schrift blijkt dat Israël in haar afval alle denkbare versies van de Babylonische afgodendienst had overgenomen: "Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uwe naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uwe hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken. Zie, daarom strekte Ik Mijne hand over u uit, en verminderde het u toegewezen deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen die u haten, der dochters der Filistijnen, die vanwege uwen schandelijken weg beschaamd waren. Voorts hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden; maar gij hebt uwe hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden." (Ezechiël 16:26-29).
Een studie van Daniël 7
Nu moeten wij onderzoeken wat de Schrift bedoelt met het symbolische beest dat opkomt uit de afgrond waarop de moeder der hoeren gezeten is. In de profetie is een beest een symbool van een politieke.macht of een koninkrijk, zoals duidelijk blijkt uit Daniël 7:1-8,17-25. Daniël zag vier grote beesten en de engel zei: "Deze grote dieren, die vier zijn, zijn vier koningen die uit de aarde opstaan zullen." De Schrift onthult vervolgens dat de symbolische beesten hier vier heidense naties voorstellen die achter elkaar zouden opkomen en over de gehele toenmalig bekende wereld zouden heersen. De geschiedenis kent hen als:
1. het Babylonische Rijk van 605 v.Chr. tot 539 v.Chr. - de Leeuw; 2. het Medo-Perzische Rijk van 538 v.Chr. tot 331 v.Chr. - de Beer; 3. het Griekse Rijk van 331 v.Chr. tot 168 v.Chr. - de Luipaard; 4. het Romeinse Rijk van 168 v.Chr. tot 476 n.Chr. - de Draak.
Toen Rome in 476 n.Chr. ten val kwam moesten er volgens de profetie tien naties uit haar puinhopen verrijzen: "Hij zeide aldus: Het vierde dier zal het vierde rijk op aarde zijn, dat verscheiden zal zijn van al die rijken; en het zal de ganse aarde opeten en het zal haar vertreden en het zal ze verbrijzelen. Aangaande nu de tien horens: uit dat koninkrijk zullen tien koninkrijken opstaan; en een ander zal na hen opstaan, en die zal verschillend zijn van de vorigen, en hij zal drie koningen vernederen" (Daniël 7:23,24). Deze tien koninkrijken of tien naties, door de profetie honderden jaren voor hun optreden voorspeld, zijn in de geschiedenis bekend als: 1. de Angel-Saksen; 2. de Franken; 3. de Alemannen; 4. de Lombarden; 5. de Oostgothen; 6. de Westgothen; 7. de Bourgondiërs; 8. de Vandalen; 9. de Sueven; 10. de Herulen of Heruli
Nadat ook deze tien naties geschiedenis zouden zijn geworden, zou uit hen een "kleine hoorn" opkomen, strijd met hen voeren en drie van hen vernietigen; die zouden worden uitgeroeid uit het gebied dat wij vandaag "Europa" noemen. En dat is exact zo gebeurd. Deze kleine hoorn heeft de Herulen vernietigd in 493 n.Chr., de Vandalen in 534 n.Chr. en de Oostgothen, de derde natie, hebben hun laatste slag verloren in 538 n.Chr. Zij werden omstreeks 554 n.Chr. helemaal uit Italië verdreven. Het was echter het jaar 538 dat de weg vrij maakte voor de kleine hoorn om de heerschappij te verwerven over wat later Europa zou worden. Daniël 7:8 zegt van deze macht: "Ik gaf acht op de horens, en zie, een andere kleine horen kwam op tussen deze, en drie uit de vorige horens werden er voor uitgerukt; en zie, in dien horen waren ogen als mensenogen, en een mond, grote dingen sprekende."
Het is een historisch vaststaand feit, dat de Rooms Katholieke kerk de Herulen, Vandalen en Oostgothen heeft vernietigd. Al heeft het pausdom niet zelf de strijd gevoerd, het heeft wel de huurlingen ingehuurd om dat te doen. Daniël 7:25 somt vier dingen op die de kleine hoorn (het pausdom) zou gaan doen na het vernietigen van de Herulen, Vandalen en Oostgothen: "En hij zal woorden spreken tegen den Allerhoogste, en hij zal de heiligen der hoge plaatsen mishandelen, en hij zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijne hand overgegeven worden tot een tijd en tijden en een gedeelte van een tijd." Om te zien hoe het pausdom de eerste voorzegging van deze profetie heeft vervuld hoeft men slechts te lezen hoe de RK kerk spreekt wanneer het gaat om de regerende paus. Hij wordt betiteld als de plaatsvervanger van God, Christus in het vlees. Is dat geen godslastering? Alles wat men hoeft te doen om te zien hoe het pausdom "de heiligen der hoge plaatsen" heeft mishandeld is een encyclopedie te nemen en te lezen over de inquisitie in de middeleeuwen. Men behoefde alleen maar te worden beschuldigd van ketterij tegen de pauselijke leerstellingen of autoriteit; dat was genoeg om te branden op de brandstapel! Het was het pausdom, niet Christus, door wie de oorspronkelijke dag van aanbidding, de zevende dag, is opzij gezet voor de heilige dag van de zonnegod, die nu "zondag" wordt genoemd, de eerste dag van de week. Later zullen we deze verandering gedetailleerd bestuderen. In het laatste gedeelte van zijn profetie spreekt Daniël over "een tijd en tijden en een gedeelte van een tijd". Om er achter te komen hoe lang het pausdom lastering tegen de Allerhoogste zal plegen, de heiligen der hoge plaatsen zal mishandelen en denken dat het tijden en wet kan veranderen, moeten we Numeri 14:34 lezen. Daar staat: "Naar het getal der dagen in welke gij dat land verspied hebt, veertig dagen, elken dag voor elk jaar, zult gij uwe ongerechtigheden dragen, veertig jaar, en gij zult gewaarworden mijne afbreking."
In de Joodse profetieën wordt één dag voor één jaar geteld, zoals in bovenstaande tekst wordt getoond. In Daniël 7:25 wordt het godsdienstige dictatorschap van het pausdom gesteld op "een tijd en tijden en een gedeelte van een tijd". In de Joodse profetieën betekent "een tijd" 360 dagen van de Joodse kalender. "Een tijd" is dus gelijk aan een Joods jaar. "Tijden" betekent dan "twee jaar" of 720 dagen. "Een gedeelte van een tijd" is gelijk aan een halfjaar, dus de helft van 360 = 180 dagen. In totaal gaat het hier dus om 3 1/2 jaar, dat is 1260 (profetische) dagen, dus 1260 echte jaren. Deze periode van pauselijke dictatuur zou dus ingaan wanneer het laatste van de drie horens zou zijn uitgerukt, d.w.z. het laatste koninkrijk zou zijn vernietigd. Dat was het rijk der Oostgothen. De beslissende veldslag tussen de pauselijke legermacht en de Oostgothen vond plaats in 538 n Chr. Vanaf die tijd begon het pausdom te beweren dat het de "corrector der ketters" was en toen begon de religieuze tirannie van de rooms katholieke kerk. Pas in het jaar 1798 verloor het pausdom zijn macht om aan de wereld zijn gezag op te leggen. Tijdens de Napoleontische oorlogen werd de Franse generaal Berthier in 1798 naar het Vaticaan gezonden om paus Pius VI gevangen te nemen, en deze werd onttroond en in ballingschap gezonden, waar hij later ook stierf. Van het jaar 538 n Chr. tot 1798 n.Chr. is precies 1260 jaar, zoals de profetie van Daniël heeft voorzegd.
Laat ons, nu we hebben gezien waar een beest in de profetie symbolisch voor staat, terugkeren naar Openbaring 17. Zoals reeds eerder werd gezegd staat "Het Grote Babylon" voor alle religies die Babylonische leringen onderwijzen, voortvloeiende uit de op astrologie gebaseerde aanbidding van de zonnegod. Dit omvat dus alle heidense godsdiensten en alle christelijke kerkgenootschappen die heidense zaken hebben vermengd met de geheiligde zaken van God: "Gij kunt den drinkbeker des Heren niet drinken en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn de tafel des Heren en de tafel der duivelen." (1 Corinthiërs 10:21). Het is nu tijd om een nadere studie te wijden aan het Beest dat opkomt uit de afgrond, waarop de valse godsdienstige stelsels van de wereld rijden. In Openbaring 17:7-18 lezen we het navolgende: "En de engel zeide tot mij: Waarom verwondert gij u? Ik zal u zeggen de verborgenheid van de vrouw en van het beest dat haar draagt, hetwelk de zeven hoofden heeft en de tien horens. Het beest dat gij gezien hebt, was en is niet, en het zal opkomen uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die op de aarde wonen (welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens van de grondlegging der wereld) zullen verwonderd zijn, ziende het beest dat was en niet is, hoewel het is. Hier is het verstand dat wijsheid heeft.
De zeven hoofden zijn zeven bergen op welke de vrouw zit. En het zijn ook zeven koningen: de vijf zijn gevallen, en de een is; de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij zal gekomen zijn, moet hij een weinig tijds blijven. En het beest dat was en niet is, die is ook de achtste koning, en is uit de zeven en gaat ten verderve. En de tien horens die gij gezien hebt, zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar als koningen macht ontvangen op ene ure met het beest. Dezen hebben enerlei mening, en zullen hunne kracht en macht aan het beest overgeven. Dezen zullen tegen het lam krijgen, en het lam zal ze overwinnen (want het is een Here der heren en een Koning der koningen) en die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkorenen en gelovigen. En hij zeide tot mij: De wateren die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken en scharen en natiën en tongen. En de tien horens die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen ze woest maken en naakt, en zij zullen haar vlees eten, en zullen ze met vuur verbranden. Want God heeft hun in hunne harten gegeven, dat zij Zijne mening doen, en dat zij enerlei mening doen, en dat zij hun koningschap aan het beest geven, totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn. En de vrouw die gij gezien hebt, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen der aarde." Deze profetie, die een verbond tussen de valse religieuze stelsels en de politieke machten tegen Jezus (het Lam) en Zijn volk voorspelt, is van bijzonder belang voor ons die leven in deze laatste dagen van de wereldgeschiedenis. De sleutel tot de uitleg van deze profetie, waardoor wij zullen zien wat dat beest uit de afgrond is en wanneer het zal verschijnen, vinden we in Openbaring 11. Wij zullen de profetieën uit Openbaring 11 vergelijken met die uit Openbaring 17.
Openbaring 11 vergeleken met Openbaring 17
In Openbaring 11 lezen we:
"En mij werd een rietstok gegeven, ene meetroede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods, en het altaar, en degenen die daarin aanbidden. En laat het voorhof uit, die van buiten den tempel is, en meet die niet; want hij is den heidenen gegeven, en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. En ik zal mijnen twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed. Dezen zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan. En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hunnen mond uitgaan en zal hunne vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, ie moet alzo gedood worden. Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat er geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plaag, zo menigmaal als zij zullen willen. En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal ze overwinnen en het zal ze doden. En hunne dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook onze Here gekruisd is. En de mensen uit de volken en geslachten en talen en natiën zullen hunne dode lichamen zien, drie dagen en een halven, en zullen niet toelaten dat hunne dode lichamen in graven gelegd worden. En die op aarde wonen, die zullen verblijd zijn over hen, en zullen vreugde bedrijven, en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten degenen die op de aarde wonen, gepijnigd hadden. En na die drie dagen en een halven is een geest des levens uit God in hen gegaan, en zij stonden op hunne voeten, en er is grote vrees gevallen op degenen die hen aanschouwden. En zij hoorden ene grote stem uit den hemel, die tot hen zeide: Komt herwaarts op. En zij voeren op naar den hemel in de wolk, en hunne vijanden aanschouwden ze. En in die ure geschiedde ene grote aardbeving, en het tiende deel der stad is gevallen, en er zijn in de aardbeving gedood zevenduizend namen van mensen, en de overigen zijn zeer bevreesd geworden en hebben den God des hemels heerlijkheid gegeven. Het tweede wee is weggegaan; zie, het derde wee komt welhaast.
En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: de koninkrijken der wereld zijn geworden van onzen Here en van zijnen Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid. En de vierentwintig ouderlingen, die voor God zitten op hunne tronen, vielen neder op hunne aangezichten en aanbaden God, Zeggende: Wij danken U, Here God almachtig, Die is en Die was en Die komen zal, dat Gij Uwe grote kracht hebt aangenomen en als koning hebt geheerst; En de volkeren waren toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd der doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uwe dienstknechten de profeten en aan de heiligen en aan degenen die Uwen Naam wezen, aan de kleinen en de groten, en om te verderven degenen die de aarde verdierven. En de tempel Gods in en hemel is geopend geworden, en de ark Zijns verbonds is gezien in Zijnen tempel, en er kwamen bliksems en stemmen en donderslagen en aardbeving en grote hagel." Deze profetie voert ons van de tijd dat het pausdom begon zijn macht om de wereld zijn wil op te leggen te verliezen, tot aan de tweede komst van Jezus. In Openbaring 11:1-5 staat:
"En mij werd een rietstok gegeven, een meetroede gelijk; en de engel stond en zeide: Sta op, en meet den tempel Gods, en het altaar, en degenen die daarin aanbidden. En zonder den voorhof uit, die van buiten den tempel is, en meet die niet; want hij is den heidenen gegeven, en zij zullen de heilige stad vertreden twee en veertig maanden. En ik zal mijnen twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderdzestig dagen, met zakken bekleed. Dezen zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor den God der aarde staan. En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hunnen mond uitgaan en zal hunne vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden." Weer zien we hier die periode van 1260 dagen, die in de profetie 1260 jaar voorstelt (Numeri 14:24, Ezechiël 4:6). De perioden van 1260 jaar en 42 maanden zijn hetzelfde: de oude Joodse kalender kende jaren van 360 dagen en maanden van 30 dagen; 42 maanden van 30 dagen = 1260 dagen (profetisch) of 1260 jaren in werkelijkheid. Dit is dezelfde periode die wij zijn tegengekomen in Daniël 7: 25 : een tijd en tijden en een gedeelte van een tijd, gedurende welke het pausdom woorden zou spreken tegen den Allerhoogste, en de heiligen der hoge plaatsen zou mishandelen, en zou menen de tijden en de wet te veranderen. Deze periode begon, zoals we al gezien hebben, in 538 v.Chr. en duurde tot 1798 n.Chr. toen de paus door een Frans leger gevangen werd gezet en spoedig daarna stierf. Ondanks het feit dat kort daarna weer een nieuwe paus werd geïnstalleerd was het pausdom zijn heerschappij over de zaken in de wereld kwijt.
Gedurende deze tijd van pauselijke vervolgingen werden de heilige Schriften verre gehouden van de gewone mensen. Het pauselijk gezag beweerde dat alleen priesters in staat waren de Schrift uit te leggen, en wanneer de Bijbel werd voorgelezen gebeurde dat doorgaans in het Latijn, dat door de grote massa niet werd verstaan. Het onderdrukken van de Heilige Schrift door het pausdom is ook voorzegd in de symbolen van de twee getuigen die werden voorgesteld als twee olijfbomen, of twee kandelaren: "En ik zal mijnen twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend twee honderd zestig dagen (1260 jaren), met zakken bekleed. Dezen zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor de God der aarde staan" (Openbaring 11:3,4) De meest gangbare uitleg onder theologen is dat de twee getuigen twee profeten zijn die zullen komen gedurende de grote verdrukking; anderen beweren dat deze profetie een tweevoudige betekenis heeft. De Schrift en de geschiedenis laten echter zien dat de profetie over de twee getuigen reeds vervuld is.
Onze Here Jezus zei: "En dit evangelie van het koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volkeren; en dan zal het einde komen" (Mattheüs 24:14). Het evangelie dat de Schrift ons leert is een getuigenis voor alle volken van de liefde en verlossende kracht van Jezus Christus. Het leidt zijn hoorders in de gerechtigheid, geeft zijn gelovigen hoop voor de toekomst en de belofte van vergeving van begane zonden door het offer van Christus: "...en zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijnen wil" (2 Timótheüs 2:26). Toen de Rooms Katholieke kerk echter was uitgegroeid tot een godsdienstige dictatuur werd de Schrift (het oude en het nieuwe testament) verborgen gehouden voor de massa en de catechismus kwam in de plaats van bijbelstudie. Het evangelie van de Bijbel werd vermengd met heidense denkbeelden uit de zonaanbidding, terwijl de verering van de heidense moedergodin in de rooms katholieke kerk vaste voet kreeg door de aanbidding van de maagd Maria. Het evangelie werd op die manier bedorven door Romeins heidendom, maar God had nog een overblijfsel dat het ware geloof onderwees gedurende de 1260 jaren dat het pausdom die waarheid ten onder hield. Deze getrouwe volgelingen van Jezus warden door de pauselijke autoriteiten opgejaagd en vervolgd als ketters en misdadigers. Zij werden gefolterd en levend verbrand, leeftijd of geslacht speelden geen rol: zij werden afgeslacht in naam des hemels.
Deze getrouwen, die de geheiligde waarheden van het oude en het nieuwe testament verkondigden, werden gemarteld, vermoord en in kerkers geworpen. Toen ze moesten vluchten voor de pauselijke inquisiteurs, werd het ware geloof gedwongen om "ondergronds" te gaan. Het evangelie uit het oude en het nieuwe testament dat moest worden gepredikt tot een getuige aan alle volken voordat Christus zou weerkomen, werd verduisterd. Dit wordt bedoeld in Openbaring 11:3 "...en zij zullen profeteren duizend twee honderd zestig dagen, met zakken bekleed." Zakken werden bij de Israëlieten gedragen in tijden van kommer en verdriet; zie 2 Samuël 3:31, l Kronieken 21:15,16, Jesaja 37:1. De zakken die in deze profetie worden bedoeld, dienden om aan te geven hoe bedroefd de toestand was gedurende de onderdrukking van het oude en het nieuwe testament door het pauselijke gezag gedurende de 1260 jaren. De "twee getuigen", "twee olijfbomen", "twee kandelaren" stellen het licht voor dat de Schrift brengt aan de lezer. De olijfboom was voor Israël de bron van de olie die werd gebruikt voor het zalven van koningen en priesters. Olie is vaak in bijbelse taal het symbool van de Heilige Geest; zie Zacharia 4:1-14. De kandelaar stelt de verlichting voor die de zoeker naar de waarheid in zijn hart ontvangt wanneer hij het woord van God maakt tot de standaard van de waarheid waarnaar hij wil leven: "Uw woord is ene lamp voor mijnen voet en een licht voor mijn pad" (Psalm 119:105). "Heel de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is" (2 Timótheüs 3:16).
"En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hunnen mond uitgaan en zal hunne vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden. Dezen hebben macht den hemel te sluiten, opdat er geen regen regene in de dagen hunner profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te verkeren, en de aarde te slaan met allerlei plaag, zo menigmaal als zij zullen willen" (Openbaring 11:5,6). Deze profetie loopt parallel met die van Jezus in Openbaring 22:18,19: "Want Ik betuig aan een iegelijk die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand aan deze dingen toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen die in dit boek geschreven zijn; en indien iemand afdoet van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is." Dit zal het lot zijn van iedereen die knoeit met de heilige Schrift: God waarschuwt hier tegen het toevoegen of afdoen aan hetgeen geschreven staat in Zijn woord. De Heilige Schrift openbaart Gods plan met de mens, vanaf het begin der schepping tot aan de wederkomst van Christus, en ook Zijn voorzieningen voor de mens na dat tijdperk. Het woord is de mens gegeven als een gids om hem te leiden door zijn leven en door de poorten van het nieuwe Jeruzalem, waar hij zal wonen bij God Zelf (Openbaring 21:1-4). "En als zij hun getuigenis zullen geëindigd hebben, zal het beest dat uit den afgrond opkomt, hun krijg aandoen, en het zal ze overwinnen en zal ze doden. En hunne dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook onze Here gekruisd is" (Openbaring 11:7,8).
Het beest uit de afgrond
Dit "beest dat opkomt uit de afgrond" wordt vaak verward met het pausdom, maar deze profetie slaat niet op het pausdom, want ze begint vlak voor het einde van de 1260 jaren. In die 1260 jaren heeft het pausdom precies gedaan wat is voorzegd in Daniël 7:8 en 23-25, maar het heeft nooit oorlog gevoerd tegen de Schriften; het heeft ze verborgen in een onbekende taal (Latijn). Het beest dat opkomt uit de afgrond is een andere politieke macht die in Frankrijk de plaats van het pausdom zou gaan innemen en door middel waarvan Satan zou trachten het woord van God te vernietigen. In haar bestseller "De Grote Strijd" of het boek "Het Grote Conflict" schrijft Ellen G. White dat het beest dat opkomt uit de afgrond niet het pausdom is maar een andere nieuwe manifestatie van satanische macht: "De periode dat de twee getuigen moesten profeteren 'met zakken bekleed', eindigde in 1798. Wanneer zij het einde van hun werk in de verborgenheid zouden naderen, zou hen 'krijg worden aangedaan' door een macht die wordt voorgesteld als 'het Beest dat opkomt uit de afgrond'. In veel Europese landen hadden kerk en staat eeuwen lang onder controle gestaan van Satan door middel van het pausdom. Maar hier wordt een nieuwe manifestatie van satanische macht ten tonele gevoerd." .... "Volgens de woorden van de profeet zou, kort voor 1798 een macht van satanische oorsprong en aard opkomen om oorlog te gaan voeren tegen de Bijbel, en in het land waar het getuigenis van Gods twee getuigen op die manier tot zwijgen zou worden gebracht zouden het atheïsme van Farao en de losbandigheid van Sodom openbaar worden. Deze profetie is op de meest exacte en verbazingwekkende wijze in vervulling gegaan in de geschiedenis van Frankrijk. Tijdens de Revolutie in 1793 hoorde de wereld voor het eerst een assemblee van mannen, geboren en grootgebracht in een beschaafde cultuur en voor zich het recht opeisend om een van de meest verfijnde Europese naties te regeren, gemeenschappelijk hun stem verheffen om de plechtigste waarheid, die de ziel van een mens kan ontvangen, te ontkennen en zich uit te spreken voor het aanbidden van een afgod."
Het beest dat opkomt uit de afgrond is de satanische macht die de Franse revolutie heeft veroorzaakt en het pausdom ten val heeft gebracht. Het is van bijzonder belang dat de lezer enige kennis heeft van de Franse revolutie om diezelfde satanische macht te kunnen ontmaskeren die nu, in onze tijd, aan het werk is en die ernaar streeft om de hele wereld in haar ban te krijgen. Deze geheime revolutionaire macht die zijn oorsprong heeft in de Franse revolutie, is slechts een ander werktuig dat Satan heeft gebruikt - en nog gebruikt -om zijn doelstelling, een totale wereldregering, te verwezenlijken. De Schrift voorzegt dat deze macht zich zal verenigen met "de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde", en deze is weer een symbool van de rooms katholieke kerk, het afvallige protestantisme en alle andere geestelijke stromingen die het Babylonische illuminisme of spiritisme leren, tezamen. Dit verbond tussen de valse godsdiensten en de politieke machten van deze wereld is alleen maar geschiedenis die zich herhaalt: het is een andere poging om alle mensen te verenigen onder één banier met uitsluiting van God, net zoals dat is gebeurd in de dagen van Nimrod.
Adam Weishaupt Wij moeten de geschiedenis van de Franse revolutie onderzoeken en een studie maken van de subversieve groeperingen die in werkelijkheid deze omwenteling hebben veroorzaakt. De geschiedenisboeken vertellen ons dat de Franse Revolutie is begonnen in 1787 of 1789, afhankelijk van welk boek u opslaat. In werkelijkheid is de revolutie echter gepland door Dr. Adam Weishaupt en het huis Rothschild, bijna 20 jaar voordat ze plaatsvond; Weishaupt creëerde de "blauwdruk" en het huis Rothschild zorgde voor het benodigde geld. Enige korte informatie over het huis Rothschild *2 : Deze dynastie is één van de grootste imperiums in de wereld. Ze is begonnen bij Mayer Amschel Rothschild (1743-1812). Hij was een Duitse Jood uit Frankfurt. Oorspronkelijk werd hij opgeleid voor rabbijn, maar later ging hij in het bankwezen. Hij had vijf zoons, één bleef bij hem thuis om de Duitse bank te leiden, de andere werden naar Frankrijk, Oostenrijk, Italië en Engeland gezonden om daar filialen van het familiebedrijf op te zetten. De Rothschilds werden al spoedig de machtigste bankiers van Europa. Rond 1880 vertegenwoordigden zij meer rijkdom dan alle koninklijke families van Europa en Engeland tezamen. Deze ongelooflijke rijkdom was bij elkaar verdiend door het financieren van oorlogen van de ene regering tegen de andere. |
