|
Kies dan heden wie gij dienen zult. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. Jozua 24:15 |
|
2 Kronieken 20:20 |
|
John Karim verteld zijn ervaring na zijn bekering tot het Adventisme als volgt: De Here tilde mij als het ware uit de poel van zonde en dood en bracht mij niet alleen in kennis met Jezus, maar ook in aanraking met Zijn kerk. In het begin van 1981 kwam ik in mijn eerste Adventistische gemeente. Ik werd geconfronteerd met de kwestie Ellen White. Daar waren de geruchten over 1844, de leerstelling over het heiligdom als een waar ondergronds gerommel van een aardbeving. Het was het gesprek van de dag. Men sprak erover aan het ontbijt, bij de lunch en tussen de maaltijden. Ik was pas drie maanden Adventist. Ik was als een glimlachende baby en begreep niets van de geruchten omtrent Ellen White. Ofschoon ik er niets van begreep waar het eigenlijk om ging, nam ik mij voor, dat niets mij van mijn stuk zou afbrengen. Zo dacht ik. En toen kwam de zware schok.
Ik werd geconfronteerd met vragen zoals: hoe verklaar je het onderzoekend-oordeel van Daniël 8:14, hoe weet je dat de 2300 avonden en morgens letterlijke jaren zijn, hoe weet je dat in 1844 Jezus in het heilige der heilige ging, zijn er zonden in de hemel die gereinigd moeten worden, hoe weet je hoeveel geschriften van Ellen White van andere schrijvers heeft overgenomen? Mijn vertrouwen in de Adventboodschap smolt als sneeuw voor de zon. Ik was gedwongen om de Adventboodschap te begrijpen of te verwerpen. Ik had geen tussenweg. Ik moest kiezen. Ik sprak met iedere Adventist die ik ontmoette over dit problem, maar vond geen oplossing. Voor de meesten was dit onderwerp niet belangrijk voor de zaligheid. Als je in Christus gelooft is het toch voldoende. Maar is het zo simple? Ik begon ernstig tot God te bidden en God te smeken om de waarheid te verstaan. Als deze boodschap niet waar is, wilde ik het weten. Mijn strijdlustig zoeken naar de waarheid had mij tot de Adventkerk geleid. Ik zal nooit de ontroerende ervaring vergeten hoe God mij uit de duisternis van het spiritisme naar het licht van de drie-engelenboodschap heeft geleid. Ik begon te bidden, studeren en verdiepte mij in de bijbel. Ik zocht ijverig om de waarheid te begrijpen omdat ik wist dat dit de richting van mijn leven zou bepalen. Het was een strijd tussen leven en dood. Als ik geen bijbels bewijs zou vinden zou ik mijn koffer pakken en teruggaan naar Israël waar ik woonde toen ik gedoopt werd. Na enkele weken van intense studie was ik klaar met het studeren van dit onderwerp.
Mijn conclusie is geen theorie of speculatie waarover ik spreek maar mijn peroonlijke ervaring. Nu heb ik gezien hoeveel kracht, vertrouwen en zekerheid een goed begrip van deze waarheid mij heeft gegeven. De leerstelling van het heiligdom geeft onweerlegbare zekerheid dat het de waarheid is voor deze tijd. Als de datum 1844 niet bijbels is, is onze boodschap gebaseerd op valse gronden, dan zijn wij een valse kerk die een valse boodschap verkondigt. De leerstelling omtrent het reinigen van het hemelse heiligdom is waar en we hebben de waarheid, óf ze is vals en wij verkondigen verzonnen fables. De Wet van God, de Sabbat, het onderzoekend-oordeel komen allen uit het heiligdom. De Ark des verbonds bevind zich in het midden van het heiligdom. Als je het heiligdom aanvalt waar het onderzoekend-oordeel plaatsvindt, dan dwingt de logica je om ook de Wet aan te vallen. Dit is precies het doel van satans aanval op het heiligdom. Neem de heiligdomswaarheid weg met zijn boodschap van het onderzoekend-oordeel en spoedig zijn we als een schip zonder kapitein. “Als er geen profetie is, wordt het volk ontbloot.” De G.N.B zegt: “Als niemand de stem van God meer hoort, wordt het volk bandeloos”. Spreuken 29:18. “En Hij zeide tot mij: Tot twee duizend en driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gerechtvaardigd worden.” Daniël 8:14. Het buitengewone van de profetie van Daniël 8:14 is dat zij de langste en ook de laatste is.
Zes grote en belangrijke gebeurtenissen worden nauwkeurig met datums aangewezen: 1. Daniël 9:24, het bevel om Jeruzalem te herbouwen: het jaar 457 v.Chr. Ezra 6:14. 2. 70 weken of 490 jaar die aan het volk Israël waren toegewezen. 3. De doop van Christus in het jaar 27 na Chr. 4. De kruisdood van Christus in het jaar 31 na Chr. 5. Het einde van de 70 weken van het volk Israël als Gods uitverkoren volk, in het jaar 34 na Chr. 6. Het einde van de 2300 avonden en morgens in het jaar 1844, Daniël 8:14.
John Karim zegt: als hij met zijn oppervlakkige kennis omtrent de profetie van Daniël 8:14 was gebleven zou hij net als stro door het vuur zijn weggevaagd. Hij zei:“ik was gedwongen om de boodschap van 1844 te begrijpen of die te verwerpen.” Ellen White zegt:“er zal een satanische haat worden opgewekt tegen de Getuigenissen. Vroeg of laat zal ieder oprechte Adventist zijn standpunt moeten innemen omtrent dit onderwerp dat niet kan worden genegeerd: is de gave van de ‘Geest de profetie’ een vitaal kenmerk van Gods laatste gemeente in de eindtijd”? Vroeg of laat zal ons geloof tot het uiterste beproefd worden. Alles wat wij geloven zal kritisch onderzocht worden. Wij zullen instaat moeten zijn rekenschap te geven van de hoop die in ons is; of hebben wij geen enkele hoop om rekenschap van te geven. Gods laatste gemeente heeft het Getuigenis van Jezus. De apostel Johannes laat hierover geen twijfel bestaan. Met niet mis te verstaanbare woorden zegt hij:“het Getuigenis van Jezus is de Geest der Profetie” Openbaring 19:20. De profetische gave betekent een stevig fundament voor ons geloof en een openbaring van Gods wil voor ons geloofsleven. Het profetische woord is de stem van God. John Karim was niet tevreden met zijn oppervlakkige kennis aangaande de ‘Geest der Profetie’ dus ging hij het bestuderen. “Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker; Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.” 1 Timoteüs 2:3,4. Het is mogelijk dat wij een mate van de Heilige Geest ontvangen, maar wij moeten door gebed en geloof trachten de volheid van de Geest te bezitten.
“Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus; Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen”. Efeze 4:13,14 |
