Kies dan heden wie gij dienen zult. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. Jozua 24:15

De verloren zoon

Door deze gelijkenis, in Lukas 15:11-24, wil Jezus de liefde van de Vader tegenover zondaren illustreren. “En toen hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toelopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.Lukas 15:20. De vader zei tot zijn slaven dat zij het beste kleed moesten brengen en hem een ring aan zijn hand zouden doen(teken van lidmaatschap). De verloren zoon werd volledig in ere gesteld als zoon van het gezin. Op het moment waarop een mens in Jezus Christus gelooft als zijn persoonlijke Verlosser heeft die mens het recht voor altijd in Gods tegenwoordigheid te leven. De eeuwigheid opent zich voor hem. Op het moment dat iemand Jezus aanvaardt als zijn Verlosser, ontvangt hij het kleed van Christus gerechtigheid en wordt hij door de Vader aangenomen als Zijn eigen zoon. Hij is overgegaan van de dood tot het leven.

De vader zei: “Want deze mijn zoon was dood, en is weer levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden!Lukas 15:20. God bemint de mens die het offer van Christus aanvaardt precies zoals Hij Zijn eigen Zoon bemint. Het zou de Vader niet bevredigen als Hij Zijn kinderen minder zou behandelen dan Hij Zijn eigen Zoon zou behandeld. De Schrift zegt: “Zo is er dan nu geen verdoemenis voor hen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want de wet van de Geest des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.Romeinen 8:1,2. Wij zijn dan gerechtvaardig door God, door het geloof in Christus Jezus. Dat wil zeggen: God heeft ons vrijgesproken van onze zondeschuld. Wij zijn vrij, wij zijn verloste zondaars. Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft zult u werkelijk vrij zijn. U bent niet meer een slaaf van de zonde. Dit punt moet zo duidelijk zijn, als het opkomen van de zomerse zon.

Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, aan de zonden afgestorven zijnde, voor de gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.1 Petrus 2:24. Wat wilt Petrus hiermee zeggen? Wat kunnen wij hieruit leren?

1: Jezus heeft onze zonden in Zijn lichaam aan het kruis gedragen.

2: Dat wij voortaan van de zonde zijn afgestorven.

3: Dat wij nu voor de gerechtigheid zullen leven.

Wat is gerechtigheid? Gerechtigheid is ‘goed doen’. Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God?Micha 6:8. In de tijd van de slavenhandel werd een jongeman te koop aangeboden. Hij vroeg zich af of de man die hem kocht, wreed of vriendelijk zou zijn. Hij was gezond en sterk en bracht hierdoor een hoge prijs op, op de slavenmarkt. Toen de koper hem kwam halen stond hij verbaasd. In plaats van om met zijn koper naar huis te gaan, hoorde hij hem zeggen: ‘Je kunt gaan. Je bent vrij. Ik heb je gekocht om je vrij te laten.’ De jongeslaaf viel op zijn knieën en zei: ‘O mijn heer, laat mij u dienen zolang ik leef, niet als een slaaf, maar in dankbaarheid aan u voor mijn vrijheid.’ Gods liefde en vergeving zijn gaven die wij niet verdienen. God heeft de mensen de vrijheid gegeven Zijn vergeving te aanvaarden of te verwerpen. Wanneer iemand het moeilijk vindt om te geloven dat God hem heeft vergeven, dan moet hij eens goed nadenken over het voorval aan het kruis. Als Jezus een stervende misdadiger kon vergeven, zal Hij beslist iedereen die berouw heeft vergeven.

En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, u uw misdaden vergeve. Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.Markus 11:25,26. Eén van Gods bedoeling van vergeving is dat wij onszelf beginnen te respecteren als Zijn kinderen en door Zijn liefde een gevoel van eigenwaarde krijgen. Wij hebben allen één Vader, God. Wij hebben allen één Heer, Jezus Christus. Als God ons zegt om te vergeven heeft Hij het zelf al gedaan. De apostel Paulus zegt dat God Zich met ons verzoend heeft toen wij nog vijanden waren, Romeinen 5:10. God heeft de mens het vermogen gegeve om lief te hebben. Hij heeft de mens het vermogen gegeven om Zijn vergeving te aanvaarden om ook te kunnen vergeven. Maar Hij zal ons nooit dwingen Zijn vergeving te ontvangen. Maar als wij Hem aanvaarden worden wij krachtig en sterk in het geloof zodat wij anderen kunnen vergeven. Het zijn niet onze woorden, maar onze daden die bewijzen of wij Gods vergeving hebben aanvaard.